Brief van Minister Schulz op aanvraag SOR Amsterdam

> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag
De voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Binnenhof 4
2513 AA DEN HAAG
Datum 2 juni 2014

Betreft Uitkomsten overleg snorfiets met Amsterdam

Ministerie van
Infrastructuur en Milieu
Plesmanweg 1-6
2597 JG Den Haag
Postbus 20901
2500 EX Den Haag
T 070-456 0000
F 070-456 1111
Ons kenmerk
IENM/BSK-2014/43270
Bijlage(n)

Geachte voorzitter,
Op 14 januari 2014 heb ik u geïnformeerd (kamerstuk 29 398, nr 392) over de rol
die het Rijk kan spelen in de discussie rondom snorfietsen, vooral in Amsterdam.
Dit naar aanleiding van een brief die mijn ambtgenoot van Veiligheid en Justitie en
ik van de G4 hadden ontvangen. Ik heb in het AO leefomgeving van 15 januari
2014 toegezegd u te informeren over het overleg met de gemeente Amsterdam
hierover en ook in te gaan op de vraag welke relevante handhavingcijfers
Amsterdam beschikbaar heeft. Tenslotte heeft uw Kamer op 19 februari
jongstleden een aantal moties over dit onderwerp voorgesteld en aangehouden. Ik
wil met deze brief op alle vragen, toezeggingen en aangehouden moties ingaan.

Op 14 januari heb ik heb uw Kamer over dit onderwerp gemeld dat Amsterdam
vooral een integrale bereikbaarheidsaanpak nodig heeft. Ik heb daarin
aangegeven dat ik tegen invoering van een landelijke helmplicht ben en heb
Amsterdam gevraagd om toelichting te geven op haar probleem, inzicht te geven
in alle mogelijke opties die Amsterdam heeft ondernomen om het probleem aan te
pakken en ook om gegevens over de handhaving bekend te maken. De gemeente
Amsterdam heeft mij per brief de gevraagde informatie geleverd. Deze brief is als
bijlage toegevoegd.

Het primaire probleem van Amsterdam is het bereikbaar houden van de
historische binnenstad. De bevolking van Amsterdam groeit tot 2030 met 70.000
inwoners tot 870.000. Daarnaast legt ook de groei van toeristen (5,3 miljoen in
2012, een stijging van 19% ten opzichte van 2008) een steeds grotere druk op de
schaarse openbare ruimte. De oude binnenstad is niet ingericht om al deze
verkeersstromen op te vangen. Amsterdam wil op een kosteneffectieve manier en
met ruimtebesparende vervoerswijzen (zoals de fiets) de binnenstad optimaal
bereikbaar te houden. Dit is beschreven in de integrale visie, de Mobiliteitsaanpak
Amsterdam. Concreet is hierin aangegeven dat in het centrumgebied en binnen de
ring A10 veel prioriteit aan de fietser en voetganger wordt gegeven. Amsterdam
en partners investeren daar tot 2020 200 miljoen euro in, zoals vastgelegd in de
meerjarenplannen fiets- en verkeersveiligheid. Het fietsnetwerk wordt waar
mogelijk verbreed en de verkeerslichten worden beter afgesteld om zo de
capaciteit van de fietspaden maximaal te benutten. Deze maatregelen zijn echter
onvoldoende om de groei van de tweewielers op te vangen. Het aantal snorfietsers 
is de afgelopen jaren met 275% gegroeid van 8.000 naar 30.000. Tegenwoordig is
tot 10% van de verplaatsingen in de spits met de snorfiets. Ook het aantal
verplaatsingen per fiets is sinds 1990 met 40% gestegen van 443.000 naar
613.000. Amsterdam verwacht een verdere groei met 10% tot 2020. De snorfiets
is vaak breder dan een fiets en overschrijdt meestal de maximumsnelheid. Ook
ervaren fietsers stankoverlast en hinder van de snorfiets.

De gemeente Amsterdam geeft in haar brief expliciet aan wat zij aan handhaving
heeft gedaan om te zorgen dat de opgevoerde snorfietsers uit het straatbeeld
verdwijnen. Immers ruim 80% rijdt harder dan de maximumsnelheid. Uit de brief
blijkt dat Amsterdam, net als ik, van mening is dat iedereen zich aan de wet moet
houden, dus ook snorfietsers. Zij geven aan dat ‘snelheidsovertredingen
ontoelaatbaar zijn’. Een snorfietser mag maximaal 25 km/u rijden, of dat nu op
het fietspad of de rijbaan is, met of zonder helm. Voor het aanpakken van het
rijden met te hoge snelheid heeft de gemeente Amsterdam verschillende
maatregelen genomen op het gebied van infrastructuur, voorlichting en educatie
en handhaving, die in de brief in de bijlage zijn benoemd. De belangrijkste cijfers
over handhavinginzet zijn:
1. Van de 16.000 uur die er jaarlijks beschikbaar is voor verkeershandhaving is
4000 uur ingezet voor brom- en snorfietsers. In 2013 is meer dan de helft
van de snorfietsers (56%) één of meerdere keren staande gehouden.
2. Er zijn ruim 3600 proces verbalen opgelegd aan snorfietsers.
3. Het CBR heeft 20 maal op basis van mededelingen van Amsterdam een
Educatieve Maatregel Gedrag opgelegd aan snorfietsers (en 50 aan
bromfietsers). Dit houdt in dat de overtreder een verplichte cursus van een
aantal dagen moet bijwonen op eigen kosten (ruim 1000 euro).
4. Er zijn 238 kentekens ingenomen.

Voor 2014 heeft Amsterdam de snorfietsoverlast tot prioriteit benoemd.
Amsterdam heeft mij overtuigd van het feit dat alle zeilen zijn bijgezet om te
zoeken naar mogelijkheden om ruimte op het fietspad te creëren om zo de
historische binnenstad bereikbaar te houden. Ik constateer ook dat Amsterdam de
handhavingsmogelijkheden volledig benut.
Alle inspanningen en maatregelen hebben tot op dit moment onvoldoende effect
gehad om ruimte op het fietspad te creëren om de verwachte groei van het aantal
tweewielers te accommoderen. Amsterdam realiseert zich dat zij zelf de
mogelijkheden heeft om de snorfiets in bepaalde gebieden naar de rijbaan te
verplaatsen, maar wil dat alleen doen in combinatie met het extra beschermen
van de snorfietser, namelijk door het verplicht dragen van een helm.
Ik zal, zoals de aangehouden moties van de leden van Tongeren en Dik-Faber mij
verzoeken, de regelgeving zodanig aanpassen dat gemeenten de mogelijkheid
krijgen om bij lokaal verkeersbesluit het dragen van een helm door snorfietsers in
bepaalde gebieden te verplichten. Op deze manier wil ik ruimte bieden voor lokaal
maatwerk. Vanuit het Rijk leg ik geen landelijke helmplicht op, maar ik bied
gemeenten wel de mogelijkheid om dit lokaal in te voeren.
Het vooruitzicht is dat het verplaatsen van de snorfietsen naar de rijbaan (in
combinatie met een helmplicht) voldoende ruimte zal bieden op de fietspaden om
de groeiende aantallen fietsers te accommoderen.
Deze voorgestelde wijziging verwacht ik in het kader van de voorhang in de herfst
aan het parlement aan te bieden. Ik heb overigens begrepen dat de andere
gemeenten van de G4 aangegeven hebben het inzetten van dit instrument op
korte termijn niet te overwegen.

Om de handhaving van snorfietsen verder te faciliteren heeft mijn ambtgenoot van
VenJ gekeken naar de wensen van Amsterdam op dit gebied. De Minister van
Veiligheid en Justitie stemt in met het door Amsterdam in overleg met het OM en
de politie inrichten van een pilot waarbinnen buitengewoon opsporingsambtenaren
worden ingezet om de lokale helmplicht voor snorfietsers in Amsterdam te
handhaven. De pilot zal van start gaan zodra de regelgeving is aangepast. Ook
heeft Amsterdam gevraagd het mogelijk te maken om ook met een lasergun te
kunnen meten of een snorfiets is opgevoerd. Nu moet dat nog met een
rollerbanktest. Samen met mijn ambtgenoot van VenJ laat ik die mogelijkheid
nader onderzoeken en mijn ambtgenoot zal uw kamer hierover berichten.

Hoogachtend,
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
mw. drs. M.H. Schultz van Haegen